Home » Wil de echte jurist nu opstaan alstublieft?
Blog13 | 01 | 2016 | door: Willem Hendrikx

Wil de echte jurist nu opstaan alstublieft?

Als er één beroepsgroep is waarop het etiket ‘idiosyncratisch taalgebruik’ van toepassing lijkt, dan is dat wel de juridische. Contracten, voorwaarden, afwijzingen, uitspraken op beroep en bezwaar: de afdeling Juridische Zaken zorgt er met haar juridische bezweringsformules voor dat teksten juridisch waterdicht en zelden nog leesbaar zijn. Allemaal met het argument ‘het moet natuurlijk juridisch wel kloppen’. Een houding die tot veel angst en misverstanden leidt. Toch?

Begrijpelijk of juridisch juist?

Bij veel overheden en bedrijven woedt dagelijks een helse strijd tussen de juridische afdeling en de communicatieafdeling. Communicatieafdelingen verordonneren dat alle communicatie begrijpelijk is en liefst geschreven op B1- of B2-niveau; juristen hameren continu op de noodzaak van juridische zorgvuldigheid en juistheid. Resultaat zijn vaak compromisteksten die aan geen van beide vereisten voldoen: ze zijn noch begrijpelijk, noch juridisch juist. Hoe kan dat nou?

Tragisch misverstand

Dat komt met name door het misverstand dat aan deze beide benaderingen ten grondslag ligt, namelijk dat begrijpelijkheid en juridische juistheid elkaar uitsluiten. En dat misverstand wordt weer gevoed door een totaal onbegrip van elkaars posities: een communicatiemedewerker denkt dat juridisch juist taalgebruik neerkomt op het zoveel mogelijk gebruiken van tang-, voorzetsel- en naamwoordconstructies; een jurist denkt dat begrijpelijk schrijven gelijk staat aan een Jip-en- Janneke-verhaaltje. En als beide partijen met deze grondhouding elkaars teksten gaan bekritiseren, is de boot aan.

Uit de praktijk

In de praktijk zien wij vaak waar deze animositeit toe leidt in brieven aan de nietsvermoedende burger, verzekerde of klant. Zo kwamen wij onlangs de volgende alinea tegen in een standaardbrief, het resultaat van een compromis tussen de schrijver en de afdeling JZ:

“Ten aanzien van jurisprudentie moet opgemerkt worden dat uitspraken van rechters in de eerste plaats slechts gelden tussen de partijen van die betreffende procedure. Daarnaast geldt ook dat uitspraken niet altijd een op een kunnen worden overgenomen. Dit betekent dat niet algemeen kan worden gesteld dat ontwikkelingen in de jurisprudentie dienen te leiden tot overleg tussen partijen over de onderhavige gesloten overeenkomst.”

Als u goed leest, ziet u dat hier eigenlijk praktisch driemaal hetzelfde staat: een uitspraak in de ene zaak kan niet zo maar een op een worden vertaald naar een andere zaak. Ingewikkeld is het zeker, maar is deze omhaal van woorden nu echt nodig om de tekst juridisch kloppend te laten zijn? Of leidt dit soort knip-en-plakwerk niet juist veel eerder tot incorrecte informatie, waarop nog heel wat af te dingen valt? De indicator ‘daarnaast’ in de tweede zin van dit voorbeeld klopt in ieder geval niet: de zin geeft helemaal geen extra motivatie, maar herhaalt slechts wat er al in de eerste stond.

Definitiekwestie

En daarmee komen we bij de crux van deze discussie, de vraag: wat is toch ‘juridisch juist’? Juridisch juist wil eigenlijk niet veel meer zeggen dan dat een organisatie of overheid in haar communicatie laat zien de juiste (juridische) procedures te hebben gevolgd. Mocht er dan ooit nog een gerechtelijke procedure volgen, dan kan in ieder geval worden aangetoond dat de juiste weg is bewandeld. Voor de goede orde: dat is dus heel iets anders dan integraal een wetboek citeren in uw brieven. En het is ook iets anders dan een redelijk begrijpelijke boodschap zo ingewikkeld mogelijk op proberen te schrijven. Een goede jurist weet dat. En een goede communicatiemedewerker weet dat ook.

En verder…

En verder weet een goede communicatiemedewerker ook dat hij zijn juristen broodnodig heeft, omdat die de vele juridische voetangels en klemmen van een onderwerp zien die hijzelf niet ziet. En verder weet een goede jurist dat elke boodschap altijd nog helderder geformuleerd kan worden, en soms zelfs móet worden, bijvoorbeeld als zijn doelgroep niet bestaat uit mede-juristen. En verder weten een goede communicatiemedewerker en een goede jurist dat ze elkaar nodig hebben en niet de tent uit moeten vechten; dat elk een eigen leest hebben. Willen daarom de echte communicatiemedewerker en de echte jurist nu opstaan?

Henri Raven

13 | 01 | 2016 | door: Willem Hendrikx
Contact? Bel 035 - 623 77 85 of mail info@hvds.nl