Home » Snapt de patiënt de dokter wel?
Blog05 | 10 | 2017 | door: Ave Luth

Snapt de patiënt de dokter wel?

Zorginstellingen staan voor de opgave om complexe aandoeningen en behandelingen uit te leggen in heldere taal. De uitdaging is om die uitleg simpel te houden, want veel Nederlanders hebben moeite met het begrijpen van complexe taaluitingen. Hendrikx Van der Spek wil zorginstellingen graag helpen hun teksten beter leesbaar te maken en deed daarom een quickscan om de stand van zaken te peilen.

Onderzoek naar patiëntenvoorlichting

Wij willen onderzoeken welk beleid ziekenhuizen ontwikkelen om patiëntenvoorlichting toegankelijk te maken, en welke effecten dat beleid heeft. Ter oriëntatie hebben we een quickscan uitgevoerd om te kijken hoe ziekenhuizen hun patiënten nu via internet benaderen. Hoe toegankelijk is die informatie en in hoeverre is deze informatie begrijpelijk voor bezoekers met een beperkte beheersing van het Nederlands?

Vindbaarheid

De eerste resultaten zijn niet erg bemoedigend. We hebben gekeken naar de vindbaarheid, de relevantie van de informatie en de kwaliteit van de teksten. Op alle punten is veel te verbeteren. Neem de vindbaarheid. Een belangrijk probleem daarbij is dat er zoveel mogelijkheden zijn. Sommige websites hanteren een alfabetische lijst met aandoeningen en behandelingen. Andere sites bieden de optie ‘Direct naar’ met veel voorkomende keuzes. Sommige sites laten de bezoekers eerst selecteren in welke hoedanigheid hij of zij de site bezoekt: patiënt, bezoeker of professional. Verder bevatten de meeste sites uiteraard een zoekfunctie. Ondanks al deze mogelijkheden bleek uit onze quickscan dat bezoekers in 50% van de gevallen alleen met veel moeite en goed zoeken een antwoord op hun vraag konden vinden. En dan werkten we met relatief eenvoudige, veel voorkomende zoekvragen, zoals ‘Wat is allergie?’ of ‘Wat is een echo bij zwangerschap en hoe kan ik die aanvragen?’

Relevantie

Als de bezoeker de gewenste informatie heeft gevonden, is de volgende vraag: worden zijn vragen beantwoord? Vaak is dat niet het geval. Neem allergie: veel websites hebben wel informatie over bijvoorbeeld een allergietest (‘plakproef’, ‘histamine-provocatietest’), maar geen algemene informatie over allergie. Soms hebben de ziekenhuizen wel informatie over voedselallergie, maar niet over contactallergie. Ook de omvang en volledigheid van de uitleg loopt sterk uiteen. Soms is de uitleg heel summier (een paar zinnen), in andere gevallen levert het ziekenhuis een moeilijke folder van acht bladzijden. Slechts in 20% van de gevallen kreeg de patiënt in onze visie de juiste informatie: voldoende en niet te veel.

Tekstkwaliteit

Hoe is de kwaliteit van de teksten? Daarvoor hebben we naar drie aspecten gekeken: het taalniveau (van B1 tot C2), het jargon en de zinsbouw. De overheid streeft naar taalgebruik op B1-niveau: in de ziekenhuisteksten die wij bekeken hebben, wordt dat maar in 10% van de gevallen gehaald. Eén van de teksten over allergie was zelfs op C2-niveau. Dat komt voor een groot deel door het vele jargon: je hoeft niet laaggeletterd te zijn om te struikelen over een benaming als histamine-provocatietekst. Andere voorbeelden zijn allergische rhinitis, rhinoconjunctivitis, inhalatieallergie,  angioedeem en mastocytose. Jargon was (ruim) aanwezig in 80% van de teksten over allergie en 70% van de teksten over een echoscopie. Daarnaast bevatten 50% van de teksten constructies die de leesbaarheid negatief beïnvloeden.

Conclusie: ziekenhuizen kunnen nog veel verbeteren aan hun patiëntenvoorlichting op internet.

Lees hier de hele quickscan.

 

05 | 10 | 2017 | door: Ave Luth
Contact? Bel 035 - 623 77 85 of mail info@hvds.nl