Home » Taalproblemen aan de universiteit
Communicatie03 | 02 | 2016 | door: Erik van der Spek

Taalproblemen aan de universiteit

Veel studenten in het hoger onderwijs (hogescholen en universiteiten) kampen met taalproblemen. Ze hebben vooral moeite met langere teksten en ze vinden het lastig om structuur en samenhang aan te brengen. Hun docenten klagen over taal- en spelfouten. Het voorgezet onderwijs krijgt vaak de schuld: die zouden geslaagden afleveren met een taalbeheersing die onder de maat is. Tot zover de klachten. Maar wat kan het hoger onderwijs er zelf aan doen?

Over deze vraag heeft Annemijn Pasman zich gebogen, masterstudente Communicatie en organisatie en tot 1 februari stagiaire bij Hendrikx Van der Spek. Zij onderzocht de manier waarop universiteiten en hogescholen de taalvaardigheid van hun studenten ondersteunen en in hoeverre ze daarbij gebruik maken van e-learning. Het ging haar niet om de talenopleidingen: bij die opleidingen vormt taalvaardigheid een integraal deel van het curriculum. Zij keek naar opleidingen als rechten en psychologie, waar taal wel belangrijk is, maar niet echt deel van de opleiding. Haar onderzoek resulteerde in het rapport Taalvaardigheidsondersteuning in het hoger onderwijs.

Taal als instrument
Het is eigenlijk wel bijzonder dat opleidingen als rechten en psychologie zo weinig structurele aandacht besteden aan taalgebruik en taalbeheersing. Vaak bevatten deze opleidingen wel een vak als Academische vaardigheden, waarin studenten ook leren een onderzoeksverslag te schrijven, maar dat is het dan ook. En dat terwijl in beide opleidingen de taal een wezenlijk instrument van de toekomstige professional is. Een jurist is een groot deel van zijn tijd bezig met interpretatie, etikettering en normering: bij uitstek talige exercities. En een psycholoog moet zich vaak op basis van gesprekken een indruk vormen van de geestestoestand van zijn cliënten, met taal als voornaamste instrument.

Taalvaardigheidsondersteuning en e-learning
De taalvaardigheidsondersteuning staat bij veel opleidingen en instellingen nog in de kinderschoenen, blijkt uit het onderzoek van Annemijn. De meeste instellingen doen nog niet zo veel aan taalvaardigheidsondersteuning. Bovendien maken ze maar weinig gebruik van e-learning. Ze kennen geen e‐learningmodules die aan hun behoefte voldoen of ze weten niet hoe e-learning hen kan helpen. De verantwoordelijkheid voor verbetering van de taalvaardigheid ligt voor een groot deel bij de studenten. Voor grammatica en spelling is er (bij hogescholen) ondersteuning te vinden in het e-learningprogramma Hogeschooltaal. Verder sturen docenten studenten soms door naar websites met tips of naar digitale leeromgevingen waar ze ook met oefeningen en video’s aan de slag kunnen.

Versnippering
Eén van de constateringen na lezing van het onderzoeksrapport van Annemijn Pasman is dat veel instellingen bezig zijn het wiel opnieuw uit te vinden. Niet alleen instellingen, maar ook faculteiten en soms zelfs opleidingen ontwikkelen hun eigen taalbeleid en oplossingen. Soms is er samenwerking op facultair niveau, zoals aan de Universiteit Utrecht, maar vaak ontwikkelen opleidingen eigen oplossingen op maat. Dat leidt tot een enorme versnippering van menskracht, tijd en geld. Nergens is sprake van een aanpak van taalvaardigheid die het niveau van de instelling overschrijdt. De instellingen zouden nog veel van elkaar kunnen leren: ‘gluren bij de buren’ zou ook in dit geval wel eens de kortste weg naar succes kunnen zijn.

03 | 02 | 2016 | door: Erik van der Spek
Contact? Bel 035 - 623 77 85 of mail info@hvds.nl