Communicatie05 | 03 | 2018 | door: Erik van der Spek

Vaderland en moederschoot: naar een genderneutraal volkslied

Een topambtenaar van het Duitse ministerie van familiezaken heeft voorgesteld het Duitse volkslied genderneutraal te maken, zo schrijft de Volkskrant op 5 maart jl. Dat volkslied, bij ons vooral bekend van voetbalwedstrijden, bevat onder meer het woord ‘Vaterland’; dat zou ‘Heimatland’ moeten worden, thuisland dus. Ook het woord ‘broederlijk’ kan de toets der kritiek niet doorstaan: dat zou ‘moedig’ moeten worden.

In Duitsland is genderneutraal taalgebruik, geschlechtgerechte Sprache, al decennia lang een onderwerp van verhitte debatten. Daarbij gaat het niet alleen om neutrale benamingen en aanspreekvormen, maar ook om aanduidingen voor mensen die zich man noch vrouw voelen. Zo is Professor in het Duits mannelijk en Professorin vrouwelijk, maar Professx is een onbepaalde aanspreekvorm. In plaats van Leser of Leserin kan de neutrale aanduiding Lesecs gebruikt worden, zo staat in een mooi artikel in NRC Handelsblad van Juurd Eijsvogel en Peter Vermaas (15 november 2017).

Roze Amsterdammers

Ook bij ons is de beweging naar ‘inclusief taalgebruik’ in volle gang. De gemeente Amsterdam bracht in de zomer van 2017 een genderneutrale taalgids uit, die veel publiciteit kreeg. De aanhef ‘Geachte dames en heren’ zou vervangen moeten worden door ‘Geachte bewoners of Amsterdammers’.  Homoseksuele Amsterdammers mag ook niet, omdat homoseksueel alleen naar mannen verwijst. De gemeente Amsterdam geeft de voorkeur aan ‘roze Amsterdammers’.

Een land zonder vrouwen

En hoe zit het met het Nederlandse volkslied, het Wilhelmus? Als je dat leest, lijkt het alsof er geen vrouwen voorkwamen in het 16de-eeuwse Nederland. Het gaat alleen over mannen, van de Prinse van Oranje tot de Koning van Hispanje. Af en toe komt God er in voor, maar dat is ook een man: ‘Dat Hij mij kracht mag geven’.  In het Wilhelmus komen broeders voor (‘hoog van naam’), maar naar zusters zoek je vergeefs.  De ik-figuur, de Prinse van Oranje dus, is ‘Edel en hooggeboren/ van keizerlijken stam/ een vorst des rijks verkoren/ als een vroom christenman (vijfde couplet). De keizerin, de vorstin en de christenvrouw voelen zich niet aangesproken (laat staan de moslimvrouw).

Maar wacht, in het zevende couplet lijkt er toch naar vrouwen verwezen te worden: ‘dat zij mij niet verrassen/ in haren bozen moed’. Maar nee, ‘haren’ is een oud verwijswoord dat terugverwijst naar ‘mijn vervolgers’, vier regels eerder.  Lijkt het een keer vrouwelijk, is het toch genderneutraal.

05 | 03 | 2018 | door: Erik van der Spek
Contact? Bel 035 - 623 77 85 of mail info@hvds.nl