Home » Watertaal
Communicatie08 | 10 | 2015 | door: Erik van der Spek

Watertaal

Overstromingen, dijkbreuken en vloedgolven: de artikelen over vluchtelingen en asielzoekers lijken vaak over de Deltawerken te gaan. Maar langzamerhand neemt het bewustzijn toe dat ‘watertaal’ niet neutraal is. Wie vluchtelingen als een overstroming beschrijft, roept daarmee ook het frame van de strijd tegen het water op.

watertaalDe watermetafoor heeft in de vluchtelingendiscussie een lange geschiedenis, maar met de recente toename in aantallen vluchtelingen zie je deze metafoor steeds vaker terug. De tijd dat vluchtelingen binnen sijpelden of druppelden, ligt inmiddels lang achter ons. We worden overspoeld door vluchtelingen, schrijft de Metro: “Treinstation Boedapest overspoeld door vluchtelingen”. De stroom van vluchtelingen is in de laatste weken gegroeid tot een vloedgolf, aldus The Post Online: “Merkel & Hollande en de Vloedgolf van Vluchtelingen”. En de meest krachtige metafoor in dit rijtje is natuurlijk de tsunami van Geert Wilders, meester van de hyperbool.

Zoetwatermatrozen

Tot voor kort was watertaal en onschuldige hobby van zeilers en liefhebbers van de bruine vloot. Erik en Mirjam Smit schreven hierover het boek Watertaal, met op de omslag de tekst “De mooiste watertaal, gebruikt op zoet-, zout-, bad-, binnen- en zeewater, en verklaard voor landrotten, walslurpen, zeeschuimers en zoetwatermatrozen.” Maar inmiddels komen commentatoren tot de conclusie dat watertaal in het vluchtelingendebat minder onschuldig is. Een voorbeeld is Leo Lucassen, directeur onderzoek van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, die veel gebruik van watertaal signaleert in Britse tabloids. En dan gaat het niet over zoetwatermatrozen, maar over asielzoekers.
Dichter bij huis waarschuwde ook ombudsvrouw Annieke Kranenberg van de Volkskrant tegen watermetaforen. “Lezers voelen zich ongemakkelijk bij een tsunami aan watertaal”, schreef ze afgelopen zaterdag. Ze gaf aan dat watermetaforen niet waardevrij zijn en adviseerde terughoudend te zijn in het gebruik ervan.

Waterframe

Watermetaforen zijn al in 2006 aan de orde gesteld door Baldwin van Gorp in zijn boek Framing Asiel. Het waterframe frame roept allerlei associaties op. Allereerst is water een natuurverschijnsel, iets wat ons overkomt; daarbij denken we niet aan iets wat door menselijk toedoen wordt veroorzaakt. Als het gaat om overstromingen en vloedgolven, komt daar bovendien de associatie van een natuurramp bij. Tegen natuurrampen moet je je wapenen, en doe je in dat geval door dijken te bouwen: denk aan het hek aan de grens tussen Hongarije en Servië. In Nederland, dat mede gevormd is in de strijd tegen het water, hebben dijken, dammen en overstromingen een bijzondere gevoelswaarde. De strijd tegen het water zit, om het zo maar eens te zeggen, in ons DNA. Wie vluchtelingen met een overstroming vergelijkt, maar daar gebruik van.

Drenkelingen

Een extra reden om in deze discussie terughoudend met watermetaforen te zijn, ligt voor de hand: veel vluchtelingen komen hier via de Middellandse Zee. Dit jaar zijn er al zo’n 2500 vluchtelingen verdronken bij hun poging de oversteek te maken. Alleen dat is al een reden om twee keer na te denken voor je een watermetafoor gebruikt: vluchtelingen worden gemakkelijk drenkelingen.

08 | 10 | 2015 | door: Erik van der Spek
Contact? Bel 035 - 623 77 85 of mail info@hvds.nl