Home » De gapende kenniskloof
Communicatie23 | 05 | 2016 | door: Erik van der Spek

De gapende kenniskloof

“Je kunt alles aan iedereen uitleggen”, zegt Ionica Smeets, de kersverse hoogleraar wetenschapscommunicatie in haar oratie. Maar in dezelfde oratie stelt ze: “Het is makkelijk mensen te overschatten.” Die twee eenvoudige zinnetjes geven nu net het spanningsveld aan – niet alleen van wetenschapscommunicatie, maar van alle communicatie waarbij sprake is van een kenniskloof.

Allereerst: het is fantastisch dat de Universiteit Leiden naast een hoogleraar Journalistiek en Nieuwe Media (Jaap de Jong) nu ook een hoogleraar Wetenschapscommunicatie heeft aangesteld. Dat onderstreept het maatschappelijk belang van communicatie en journalistiek en laat zien dat het vak volwassen is geworden. De keuze voor Ionica Smeets, bekend geworden als ‘wiskundemeisje’, is ook een goede. Smeets laat elke week (‘Ionica ziet een getal’) in de Volkskrant zien dat het niet alleen mogelijk is om complexe wiskundige problemen op een begrijpelijke manier uit te leggen, maar dat die uitleg ook nog leuk kan zijn.

Kennisniveau
Smeets geeft aan dat het soms nodig is dat mensen wetenschap begrijpen. Dat is bijvoorbeeld handig als ze in de krant lezen over een nieuwe behandeling tegen kanker of over de voor- en nadelen van genetisch gemodificeerd voedsel. Wetenschappers en wetenschapsjournalisten doen dan ook veel moeite om nieuwe ontwikkelingen van een kader te voorzien. Maar Smeets geeft aan dat ze daarbij toch vaak hun doel voorbij schieten. Dat komt omdat het zo makkelijk is om het kennisniveau van je publiek te overschatten. Je vergeet dat een term die je zelf dagelijks gebruikt, nieuw kan zijn voor je publiek. Milieuactivisten gebruiken zonder blikken of blozen de term ecologische voetafdruk, maar ik schat dat de helft van de Nederlandse bevolking niet weet wat dat is. En Smeets geeft aan dat zelfs een eenvoudige term als diarree tot verwarring kan leiden: veel patiënten blijken diarree te interpreteren als ‘veel ontlasting in korte tijd’, maar artsen gebruiken het woord alleen voor ‘dunne ontlasting’.

Belastingen en verzekeringen
De problemen die Smeets signaleert bij wetenschapscommunicatie, strekken zich ook uit tot andere terreinen waar een kenniskloof bestaat: denk aan communicatie over belastingen of verzekeringen. Uw belastingadviseur vertelt u dat uw autokosten aftrekbaar zijn in box 1 en uw verzekeringsadviseur waarschuwt u voor het langlevenrisico. Medici, juristen, architecten, politici: iedereen is geneigd te vergeten wat zijn eigen vaktaal is (en hoe weinig andere mensen daarvan begrijpen). Dat geldt ook overigens ook voor ons eigen (communicatie)vak. Een voorbeeld: we gaven onlangs een cursus aan medewerkers van een verzekeringsbedrijf om ze helder te leren schrijven. Eén van de instructies was: gebruik zo min mogelijk jargon. In het evaluatieformulier schreef een van de deelnemers: dat geldt ook voor jullie!  En inderdaad, wij gebruiken soms te gemakkelijk termen als lijdende vorm en naamwoordstijl. Voor ons dagelijkse kost, maar sommige deelnemers horen die termen voor het eerst.

Feiten en verhalen
Smeets pleit ervoor om meer verhalen te gebruiken om wetenschappelijke kennis over te brengen aan een groot publiek. Het probleem is dat wetenschappers de voorkeur geven aan feiten, aan onderzoeksresultaten die ze kunnen verantwoorden. Maar diezelfde feiten staan vaak nogal ver van hun lezers af; ze kunnen ze niet relateren aan hun eigen leven. Smeets noemt als voorbeeld de uitspraak “Antibiotica-resistentie kost wereldwijd jaarlijks 700.000 levens en dat kunnen er in de toekomst tien miljoen worden.” Dramatisch genoeg, zou je zeggen, maar in een onderzoek gaven de deelnemers aan die al die nullen een beetje belachelijk klonken. Een herkenbaar verhaal over één slachtoffer van antibiotica-resistentie zou effectiever kunnen zijn.

Sneeuw
Maar ook aan dit advies zit een keerzijde: verhalen zonder feiten kunnen gemakkelijk ontsporen. Denk aan de vele discussies over de opwarming van de aarde, waarbij de deelnemers zich weinig aan de feiten gelegen laten liggen. Om toch ook maar met een verhaal af te sluiten: afgelopen winter kwam een lid van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden de vergadering binnen met een handvol sneeuw, met de woorden: “Dit vond ik buiten op de stoep. En dan zeggen ze nog dat het klimaat opwarmt!” Hij werd op een luid applaus onthaald.

23 | 05 | 2016 | door: Erik van der Spek
Contact? Bel 035 - 623 77 85 of mail info@hvds.nl