Blog30 | 04 | 2019 | door: Anne van Blanken

Een lans breken voor onzijdige voornaamwoorden

Het thema van de Maand van de geschiedenis is dit jaar ”zij/hij”. De achterliggende gedachte is om met nieuwe ogen te kijken naar onze canon van de geschiedenis.  Ik was direct geïntrigeerd door het talige aspect van dit thema. Niet alleen is de volgorde van zij/hij nogal ongebruikelijk, maar ik bedacht me dat er eigenlijk geen geslachtloos/onzijdig alternatief voor ‘hij’ of ‘zij’ is. Het gebrek aan een onzijdige variant voor ‘zij’ of ‘hij’ is om meerdere redenen een probleem.

M,V,X

Zo’n 6% van de mensen voelt zich geen man of vrouw. Vorig jaar kreeg iemand voor het eerst een paspoort zonder M of V, maar met X. X kan alleen worden aangevraagd door mensen met ambivalente geslachtskenmerken, maar in de toekomst is het misschien ook wel voor een grotere groep mogelijk om X in hun paspoort op te nemen. X biedt een mooie uitkomst in het paspoort, maar volgens mij ben je er dan nog niet. In de meeste artikelen over de X in het paspoort wordt de aanvrager toch met ‘zij’ aangeduid. En dat is toch wat ongemakkelijk als je gestreden hebt voor erkenning van genderneutraliteit.

Aristoteles en verwijswoorden

Of een woord mannelijk, vrouwelijk of onzijdig is gaat terug op Aristoteles, volgens OnzeTaal. Hij bepaalde de geslachten op basis van de betekenis of overeenkomsten in de natuur. In het Nederlands is het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke woorden steeds minder duidelijk, doordat beide woordsoorten het lidwoord ‘de’ krijgen. Maar bij verwijzingen is er geen neutrale verwijzing en moet de taalgebruiker kiezen tussen zijn of haar, zoals in: ‘Het team is zo samengesteld dat het al zijn taken goed kan uitvoeren.’  Dan zijn er nog de beroemde uitzonderingen die het de taalgebruiker niet makkelijker maken. Een voorbeeld van OnzeTaal: ‘De minister wist heel goed wat ze deed.’ Minister is officieel een mannelijk woord, maar als het gaat om een vrouwelijke minister gebruiken we vrouwelijke verwijswoorden.

Zoek de verschillen

Hoe herken je eigenlijk een mannelijk of vrouwelijk woord? Simpel: je hoeft alleen maar een aantal achtervoegsels te onthouden die vrouwelijk zijn (en hun uitzonderingen) en dan heb je ’t meestal wel goed. Het gaat om de-woorden die eindigen op -heid, -nis, -schap, -de, -te, -ij, -ie, -iek, -ica, -theek, -teit, -tuur, -suur, -ine, -se, -age en -is. Maar makkelijk te onthouden is dit lijstje niet.

Onzijdige voornaamwoorden

Enerzijds hebben we behoefte om naar mensen te verwijzen zonder het geslacht te benoemen en anderzijds weet eigenlijk niemand uit haar/zijn hoofd of een woord mannelijk of vrouwelijk is. Hoe kan ’t dan dat we nog geen onzijdige voornaamwoorden hebben? We zitten er blijkbaar niet genoeg mee: de groep mensen die zich geen man of vrouw voelt is relatief klein en de foute verwijzingen hebben we misschien nauwelijks door of het interesseert ons niet zo veel. De roep om een onzijdig alternatief wordt wel steeds sterker en daarom zou ik onze taal een zetje willen geven en er zelf één willen zoeken.

Hen en hun

Het Transgender Netwerk Nederland (TNN) deed in 2016 een voorstel voor non-binaire voornaamwoorden als aanvulling op ‘haar/hem’ en ‘haar/zijn’, namelijk “hen” of “hun”. Taaleidoscoop probeert het voorstel uit, maar de voorgestelde woorden leiden soms tot onduidelijkheid, zoals bij ‘hun sleutels’ (zijn/haar sleutels) en bij ‘hen ophalen’ (hem/haar ophalen). Ook onze collega Erik van der Spek schreef iets soortgelijks naar aanleiding van Words Matter: de suggesties leiden vaak tot onduidelijk taalgebruik en dat is nooit wenselijk.

‘ie

Een variant die mij wel aanspreekt is ‘ie’, de spreektaalvariant voor ‘hij’. Voor ‘ie’ is in de spreektaal niet echt een vrouwelijk equivalent, waardoor mijn moeder deze variant eigenlijk altijd al als de onzijdige variant gebruikte. ‘Wat zegt ‘ie?’ gebruikte ze regelmatig in de betekenis ‘ik heb je niet gehoord’ en ze gebruikte de vorm zowel voor mijn broers als voor mij. En wat zijn dan de alternatieven voor ‘zijn/haar’ en ‘hem/haar’? Ik stel voor om één variant aan te houden voor bezittelijke en persoonlijke voornaamwoorden (zoals ‘haar’) en daar ‘ien’ voor te kiezen, als knipoog naar ‘zijn’.

Taalverandering afdwingen

Welke variant onzijdige voornaamwoorden we kiezen, is mij om het even zolang deze variant niet voor verwarring zorgt. Mannelijke en vrouwelijke voornaamwoorden zorgen voor ongemak als je niet in een hokje past of als je het geslacht domweg niet weet. Daarnaast is het lastig te achterhalen of een woord mannelijk of vrouwelijk is en dat zorgt voor verwarring. Bij levende talen zorgen niet regels voor verandering, maar de taalgebruiker. Door één variant onzijdige voornaamwoorden vaker te gebruiken, kunnen we als taalgebruikers een nieuwe regel afdwingen. Denk maar aan steeds meer sterke werkwoorden die zwak worden. Uiteindelijk hoop ik dat geslachten een minder prominente rol in onze taal gaan spelen en daarmee ook in onze hoofden.

Anne van Blanken

30 | 04 | 2019 | door: Anne van Blanken
Contact? Bel 035 - 623 77 85 of mail info@hvds.nl